• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Brief vaste kamercommissie over inkomen advocaten

Op verzoek van de Orde heeft adviesbureau Deloitte een rapport samengesteld over de inkomenspositie van advocaten in het rechtsbijstandsstelsel. Uit dit rapport blijkt ondermeer dat een ervaren rechtsbijstandsadvocaat gemiddeld minder verdient dan een beginnend juridisch medewerker bij de Rijksoverheid.

De Orde heeft op 14 november een brief gestuurd aan de leden van de vaste kamercommissie Veiligheid en Justitie met daarin de uitkomsten van het rapport. Ook schort de Orde in deze brief haar medewerking aan de pilot versterking eerstelijns rechtsbijstand op, nu dit slechts een verkapte bezuinigingsmaatregel blijkt te zijn.

 

Tweede Kamer der Staten-Generaal
Aan de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie

Den Haag, 13 november 2013

Betreft: Algemeen Overleg gefinancierde rechtsbijstand d.d. 14 november

Geachte voorzitter en leden van de Vaste Commissie voor Veiligheid en Justitie,

Met het oog op het aanstaande Algemeen Overleg op 14 november in uw Kamer inzake de brief van staatssecretaris Teeven d.d. 12 juli 2013 (Kamerstukken II 2012/13, 31 753, nr. 64) hecht de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: Orde) eraan nog een aantal actuele zaken onder uw aandacht te brengen.

1. Inkomenspositie advocaten
De laatste dagen zijn er veel vragen gerezen over de inkomenspositie van advocaten die binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand actief zijn.

“Het gemiddeld inkomen van een advocaat, met 10 jaar werkervaring, binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand bedraagt 58.000 Euro. Dat is vergelijkbaar met de inkomsten van een startend beleidsmedewerker op een ministerie (ARAR schaal 11)”.

Bovenstaande uitspraak is afkomstig uit een door Deloitte uitgevoerd onderzoek – in opdracht van de Orde – naar de inkomenspositie van advocaten binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand. De Orde vraagt graag uw specifieke aandacht voor de bevindingen en conclusies van Deloitte en verzoekt u deze waar mogelijk in uw discussie met de staatssecretaris te betrekken. Het rapport is heden in concept aangeboden aan de Algemene Raad en zal op zeer korte termijn op de internetsite van de Orde beschikbaar zijn.

2. Pilots versterking van de eerstelijns rechtsbijstand
Het tweede punt waarover de Orde uw Kamer wenst te informeren, betreft het besluit van de Orde om met onmiddellijke ingang haar medewerking aan de opzet van pilots tot versterking van de eerstelijns rechtsbijstand op te schorten. De door de advocatuur beoogde kwalitatieve versterking van de eerstelijns rechtsbijstand voor rechtzoekenden, de inzet waarmee de Orde haar medewerking heeft gegeven, is in de opzet van de pilots niet realiseerbaar gebleken. Het is de Orde gebleken dat deze exercitie geen enkel ander doel beoogt dan de invulling van een taakstelling en daaraan wenst de Orde geen verdere medewerking te verlenen.

3. Uitspraak Hof van Justitie
De Orde attendeert u in dit kader op de recente uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg over de vrije advocaatkeuze (HvJEU zaak Sneller/DAS). Volgens het Hof kan die keuze in het kader van een rechtsbijstandverzekering niet contractueel worden beperkt tot situaties waarin de verzekeraar besluit dat een externe rechtsbijstandverlener, dat wil zeggen een advocaat, in de arm moet worden genomen. Het maakt dan voor het Hof niet uit of rechtsbijstand voor de desbetreffende procedure bij wet verplicht is gesteld. Het lijkt waarschijnlijk dat deze uitspraak consequenties heeft voor de vorm van rechtsbijstand aan rechtzoekenden, bijvoorbeeld ten aanzien van een inperking van de mogelijkheden van verzekeraars om zogenoemde natura-polissen aan te bieden.

Ter toelichting

Ad 1. Inkomenspositie advocaten

De primaire invalshoek van de Orde in dit dossier is de positie van de rechtzoekende en een zo drempelloos mogelijke toegang tot het recht. Dit neemt niet weg dat de beloning van de advocaat binnen het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand een bredere strekking heeft dan enkel diens eigen kantoorvoering. Reeds in de huidige omstandigheden, nog versterkt sinds het ingaan van een aantal aanscherpingen in de regelgeving per 1 oktober jongstleden (Besluit aanpassingen eigen bijdrage rechtzoekenden en vergoeding rechtsbijstandverleners) wordt het advocaten steeds lastiger gemaakt hun kantoor draaiende te houden op basis van inkomsten uit toevoegingen. Er zijn reeds nu al kantoren, met name op het vlak van strafrecht, de asiel- en vreemdelingenpraktijk en het personen- en familierecht, die hebben aangegeven niet langer actief te kunnen blijven in de genoemde rechtsgebieden of dreigen failliet te gaan. Dat deze trend daarmee een directe, negatieve impact heeft op de beschikbaarheid van (economisch gezonde) advocaten(-kantoren) voor rechtzoekenden in o.a. de genoemde rechtsgebieden, is evident. Naar aanleiding van de bovenomschreven problematiek, in combinatie met de door de staatssecretaris hardnekkig herhaalde suggestie dat advocaten tegen de binnen het stelsel geldende vergoeding van 104 Euro – daarbij gemakshalve negerend dat het hier een (bruto) vergoeding per punt, en niet per uur betreft – prima zouden moeten kunnen rondkomen, heeft de Orde advies- en accountantsbureau Deloitte opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de reële inkomenspositie van advocaten in het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand.

Ad 2. Pilots versterking van de eerstelijns rechtsbijstand

Zoals de staatssecretaris in zijn brief van 12 juli aangeeft, zouden de pilots met medewerking van onder andere de Orde worden uitgewerkt. De nuance die hierbij vanaf het begin door de Orde – en specifiek vanuit de sociale advocatuur, verenigd binnen de VSAN en VSAA – is aangegeven, maar niet door de staatssecretaris in zijn brief is verwoord, was de expliciete inzet van de Orde gericht op een kwalitatieve versterking van de eerstelijns rechtsbijstand ten behoeve van de rechtzoekenden. De overige binnen de taakstelling van de staatssecretaris benoemde elementen, in dit verband specifiek het uitsluiten van de rechtsgebieden verbintenissen- en huurrecht, alsmede echtscheiding op gezamenlijk verzoek (zonder kinderen), waren en zijn voor de Orde onbespreekbare ingrepen. Eenzelfde onbespreekbaarheid geldt voor de in de brief van de staatssecretaris gewekte suggestie dat het element van de verplichte procesvertegenwoordiging als een indicator zou kunnen dienen voor het uitsluiten van – de genoemde, maar naar te vrezen valt niet daartoe beperkte – andere rechtsgebieden.

In een werkgroepbijeenkomst d.d. 5 november 2013 ter voorbereiding van de pilots is ten aanzien van de aldaar voorgestelde operationalisering van zowel de uitsluiting van rechtsgebieden als die van de verplichte procesvertegenwoordiging wat de Orde betreft een grens overschreden: evident werd dat bij de uitwerking van de pilots deze elementen uit de taakstelling dermate ingevuld zouden worden dat naar de mening van de Orde een door de Orde zo gewenste inhoudelijke verbetering van de kwaliteit van de eerstelijns rechtsbijstand illusoir is geworden. De Orde heeft daarmee geen vertrouwen meer in het gevolgde en nog te volgen proces.
Ondanks het besluit om haar medewerking aan de pilots op te schorten, spreekt de Orde – als vertegenwoordiger van een brede groep van ervaringsdeskundigen, namelijk ruim 7000 advocaten werkzaam binnen het stelsel in diverse rechtsterreinen – de bereidheid uit om met de staatssecretaris en diens departement in gesprek te blijven over het efficiënter laten functioneren van het stelsel. Daartoe is echter, zoals ook recent in een breed gedragen motie van de Eerste Kamer is verwoord, een integrale en doordachte visie nodig die niet enkel onder invloed van financiële prikkels is vormgegeven en die bovenal stabiel is. De Orde draagt graag bij aan die visievorming door inzicht te geven in het (dis-) functioneren van het stelsel in de praktijk en mee te denken bij een meer integrale en ketengerichte opzet van het stelsel.

Tot slot

Eerder heb ik als algemeen deken, laatstelijk bij brief van 23 september jl., aan uw Kamer mijn grote zorgen geuit over de bezuinigingen op de rechtsstaat. De acties van deze week zijn dan ook gesteund door de Orde waarbij telkens is aangegeven dat de rechtzoekende niet mag worden gedupeerd. De acties zijn goed verlopen, juist ook omdat elke advocaat de eigen verantwoordelijkheid zorgvuldig heeft afgewogen. De disproportionele korting van 30% op bewerkelijke zaken binnen het strafrecht leidt tot een onwerkbare situatie waardoor de noodzakelijke rechtsbijstand niet meer voorhanden zal zijn. De bezuinigingsmaatregelen zijn de zoveelste op rij, zonder visie van de stelselverantwoordelijke op het stelsel zelf.

Ter illustratie noem ik voorts nog de recente kortingen binnen de vreemdelingenadvocatuur waardoor de facto geen rechtsbijstand in bezwaar en hoger beroep aan vreemdelingen kan worden verleend, nu het overgrote deel van die zaken zonder zitting, dus ‘kennelijk’, wordt afgedaan. De eerste kantoren hebben aangegeven deze zaken niet meer op toevoegingsbasis te zullen doen; de verwachting is dat er meer zullen volgen. Daarmee is de beperking van toegang tot het recht een feit. Het betreft hier slechts illustraties van de negatieve uitwerking op de toegang tot het recht. De diverse specialisatieverenigingen binnen de balie hebben zelf ook al hun grote bezwaren geuit. De Orde sluit zich hierbij aan.

Deze reactie zal na verzending openbaar worden gemaakt op de website van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Hoogachtend,

Algemeen deken Walter Hendriksen

Download hier de Brief vaste kamercommissie V&J inkomenspositie advocatuur

Tags: ,

actie