• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Brief aan woordvoerders immigratie en asiel TK begroting V&J

Dinsdag 19 november heeft de woordvoerder van de VVD-fractie, dhr. M. Azmani, een interview afgegeven aan de krant NRC Next. Hierin heeft hij een aantal uitlatingen gedaan die in de ogen van de NOvA, de Specialistenvereniging Migratierecht Advocaten (SVMA) en de Vereniging Asieladvocaten en -Juristen Nederland (VAJN) een verkeerde voorstelling van zaken geven.

Daarom hebben de NOvA, de SVMA en de VAJN deze brief opgesteld, om het beeld recht te zetten. Los van de politieke kleur waarmee het debat gevoerd gaat worden, moet het debat ook worden gevoerd op basis van feiten. Zeker omdat sommige opmerkingen in het interview tegenstrijdig lijken te zijn met de beantwoording van de bewindspersonen op de vragen van de Tweede Kamerfracties voor de begroting Veiligheid en Justitie 2014.

 

Tweede en opvolgende procedures

In het artikel wordt gesuggereerd dat er sprake is van een groei van tweede en opvolgende aanvragen in de asielprocedure en dat de vreemdeling hiervoor verantwoordelijk is: “mogelijke nieuwe documenten zijn gewoon een vals voorwendsel
om tijd te rekken”.

  • Van bijzonder belang is in dit geval dat tweede en opvolgende aanvragen grotendeels worden gedaan door asielzoekers afkomstig uit landen, of in situaties, waarvoor het beleid is gewijzigd. Een sprekend voorbeeld vormen in dit geval Syrische asielzoekers, die in het verleden een afwijzing op hun verzoek ontvingen, maar vanwege de situatie in Syrië nu wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Ook voor bijvoorbeeld tot Christen bekeerde moslims uit Iran bestaat thans recht op bescherming, zodat voor hen aanleiding kan bestaan tot het indienen van een opvolgende aanvraag. Deze opvolgende aanvragen, vanwege beleidswijzigingen, worden veelal ingewilligd.
  • Een aanvraag waarbij geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden, of waar geen beschermenswaardige belangen zijn gesteld, wordt doorgaans in de korte procedure beslist. In geval van beroep, worden die zaken binnen één maand beslist. Een beroep na een herhaalde aanvraag zonder nieuwe feiten levert geen opvang op, en ook geen recht om de procedure in Nederland te mogen afwachten. Na een afwijzing, is de vreemdeling direct verwijderbaar.
  • Verder is de opmerking van de VVD-woordvoerder in strijd met de beantwoording van de minister en staatssecretaris op de Kamervragen van de begroting Veiligheid en Justitie. Bij het antwoord op vraag 247 wordt immers gesteld : “Zoals blijkt uit de Rapportage Vreemdelingenketen over de periode januari-juni 2013, is het aantal tweede en volgende aanvragen in de eerste helft van 2013 gedaald ten opzichte van dezelfde periode in 2012 en ook ten opzichte van de tweede helft van 2012. De stijgende tendens lijkt derhalve over zijn hoogtepunt heen te zijn”.
  • Daarnaast wordt in de beantwoording van vraag 247 door de bewindspersonen vermeld dat: “Er is geen eenduidige oorzaak aan te wijzen voor de hoogte van het aantal ingediende tweede en volgende asielaanvragen. Meerdere factoren spelen daarbij een rol. Vaak is de aanleiding voor het indienen van een tweede of volgende aanvraag gelegen in nieuw beleid en/of een verslechtering in de situatie in het land van herkomst”. Zoals ook in de beantwoording is vermeld zijn onder andere hier debet aan de uitspraak van 21 januari 2011 van het EHRM over de Dublinverordening / Griekenland en de invoering van nieuw beleid voor Somalië. Uitspraken, waar niet de vreemdeling voor verantwoordelijk is, maar die het gevolg zijn van rechterlijke uitspraken en van gewijzigd beleid, waar ook de VVD als regeringspartij mede verantwoordelijk voor is. Voor zover er dus sprake is van een stijging, kan dit niet zomaar aan de vreemdeling worden toegeschreven. Kortom: Het gros van de mensen die herhaalde asielaanvragen indienen zijn niet de enkelingen met nieuwe documenten, maar mensen die behoren tot een bepaalde groep waarvoor nieuw beleid is ingesteld (bijvoorbeeld Iraanse bekeerlingen, Ugandese homo’s, en voorheen mensen uit de groep Dublin/ Griekenland).

Lange doorlooptijden

Wat betreft de opmerking dat er bij herhaalde asielaanvragen lange doorlooptijden bij de rechtbanken zijn, merken wij op dat, bij de zogeheten AA-procedure (Algemene Asiel- procedure), zaken binnen twee weken op zitting zijn. Alleen als het gaat om de zogeheten VA-zaken (de Verlengde Asielprocedure (VA), duurt het een aantal maanden voordat de zittingsdatum wordt gepland. Dat komt echter bij herhaalde asielaanvragen maar zelden voor.
Herhaalde aanvragen worden doorgaans niet in de VA procedure afgewezen. Een herhaalde aanvrager krijgt, na afwijzing, geen recht op opvang, en heeft op die manier ook geen voordeel van de langere duur van behandeling door de rechtbank. Eerder nadeel, want hij moet het gedurende die periode zien te doen zonder opvang.

In het buitenland de procedure afwachten

Voorts wordt in het artikel gemeld dat het hoger beroep bij tweede aanvragen alleen mogelijk zou kunnen worden gemaakt als de vreemdeling in het buitenland de procedure afwacht.
De woordvoerder van de VVD meent dat het land van herkomst in dat geval het eerst aangewezen land zou zijn. Dit is nu juist het land waar de beweerde mensenrechtenschendingen dreigen. Gedwongen terugkeer naar die landen zou in die gevallen tot schending, door Nederland, van internationale verdragen leiden. Een verplichting de procedure buiten Nederland af te wachten zal door onze buurlanden niet erg worden gewaardeerd. In het artikel wordt ten onrechte de indruk gewekt dat vreemdelingen, na afwijzing, de hoger beroepsprocedure in Nederland zouden mogen afwachten. Dat is enkel het geval als door de Raad van State een voorlopige voorziening wordt toegewezen. Dat gebeurt niet erg vaak, in 2012 zijn er minder dan 20 voorlopige voorzieningen toegewezen. Tijdens hoger beroep hebben vreemdelingen, zelfs in hun eerste procedure, dus geen recht op opvang of voorzieningen.

Zonder zitting zaken afdoen

In het artikel wordt de suggestie gedaan dat herhaalde zaken veel vaker zonder zitting kunnen worden afgedaan. De mogelijkheid voor een rechter om zaken zonder zitting af te doen, zijn beperkt in de wet. Deze mogelijkheid bestaat bijvoorbeeld voor zaken die ‘kennelijk niet ontvankelijk zijn”. Daarvan komen er echter niet zo veel voor. Ook bij ‘kennelijke ongegrondheid’ kan een rechter besluiten een zaak zonder zitting af te handelen. Van een dergelijke kennelijkheid is niet erg snel sprake.
Uit het percentage, voor de vreemdeling positieve beslissingen, bijna 40%, blijkt ook dat in de bestuurlijke fase nog onvoldoende zorgvuldige besluitvorming plaatsvindt.
Voorts wordt er aan voorbijgegaan dat iedere vreemdeling het recht heeft op een mondelinge behandeling van zijn zaak. Internationale verdragen, zoals het EVRM, verplichten hier toe. De stelling dat zaken zonder zitting af kunnen worden gedaan druist dus dan ook in tegen het internationale recht en de rechtsstaat.

Tot slot

Wij betwisten dat uit de omstandigheid dat hogere beroepen vaak worden afgewezen, kan worden afgeleid dat deze hogere beroepen ‘nodeloos’ zouden worden ingesteld. In dit verband wordt verwezen naar het advies dd. 28 juni 2013, waarin de Raad van State aangeeft dat: “In een wezenlijk aantal zaken gaat het daarbij niettemin om gevallen, waarbij voor het instellen van hoger beroep wel goede grond bestaat”. Het is onjuist om te suggereren dat advocaten uit eigen financieel gewin hoger beroep instellen. De vergoedingen voor een hoger beroepsprocedure zijn thans onredelijk laag, en waren al nooit hoog. De veronderstelling dat advocaten te veel zouden verdienen aan hoger beroep is onjuist. Vorige week heeft de NOvA nog een brief aan de Kamer verstuurd waarin de zorgen zijn geuit over onder andere de vreemdelingenadvocatuur:
“Sinds het ingaan van een aantal aanscherpingen in de regelgeving per 1 oktober jongstleden(Besluit aanpassingen eigen bijdrage rechtzoekenden en vergoeding rechtsbijstandverleners) wordt het advocaten steeds lastiger gemaakt hun kantoor draaiende te houden op basis van inkomsten uit toevoegingen. Er zijn reeds nu al kantoren, met name op het vlak van strafrecht, de asiel- en vreemdelingenpraktijk en het personen- en familierecht, die hebben aangegeven niet langer actief te kunnen blijven in de genoemde rechtsgebieden of dreigen failliet te gaan”
De adviescommissie vreemdelingenrecht heeft bij brief van 8 februari 2013 al laten weten grote bezwaren te hebben tegen het “Besluit aanpassing vergoeding vervolgaanvragen vreemdelingen”. Bezwaren, omdat het beoogt het indienen van zogenaamde kansloze asielaanvragen te beperken door de advocaatvergoedingen met ruim 70% te korten. De Adviescommissie vreemdelingenrecht van de Orde van Advocaten (“de Adviescommissie”) heeft tegen dit voorstel, dat de regering met “no cure, less fee” aanduidt, principieel bezwaar, omdat elke maatregelen die een koppeling leggen tussen het resultaat van een zaak en de vergoeding, een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid van de advocatuur.
Met betrekking tot de vergoeding van de hoger beroepen willen wij er nog duidelijk op wijzen dat in plaats van vijf uren, sinds 1 oktober nog maar twee uren worden vergoed (bruto 219,- euro). In die tijd is het schrijven van een fatsoenlijk beroep, die recht doet aan de bijzondere positie van de vreemdeling binnen ons rechtsbestel, niet mogelijk. Meer dan 90% van de hoger beroepen wordt zonder zitting afgedaan. Dat wil niet zeggen dat er geen goede grond voor hoger beroep was!

Tot slot wordt opgemerkt dat de vreemdelingenadvocatuur geen probleem heeft met snelle procedures en deze juist toejuicht. Het is immers in het belang van de vreemdeling om snel duidelijkheid te krijgen. Maar deze procedures moeten daarnaast ook zorgvuldig zijn, immers één van de uitgangspunten van algemeen behoorlijk bestuur. Als dit uit het oog wordt verloren wordt de positie van de vreemdeling aangetast. In de rechtsstaat is het dan de taak van de advocaat om op te komen voor het belang van zijn cliënt. Dit betreft ook het verbeteren van de informatie-uitwisseling in de Vreemdelingenketen en het verbeteren van het inzicht in de gezamenlijke prestatie van de Vreemdelingenketen (ketenmanagementinformatie). Een verbeterde informatie-uitwisseling is ook voor de vreemdeling van belang, maar in de beantwoording van de Kamervragen op vraag 325 blijkt echter dat dit nog jaren kan duren. Ook wat dat betreft een gemiste kans.

Wij verzoeken aan u, als woordvoerders, deze brief te betrekken bij de begrotingsbehandeling.

Hoogachtend,

Bernard de Leest, lid algemene raad Nederlandse Orde van Advocaten en portefeuillehouder toegang tot het recht

Raffi van den Berg, algemeen secretaris Nederlandse Orde van Advocaten

Loes Vellenga-van Nieuwkerk, voorzitter Vereniging Asieladvocaten en -Juristen Nederland

Annelies Hoftijzer, voorzitter, Specialistenvereniging Migratierecht Advocaten

Tags: , , ,

actie