• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Brief Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrechtadvocaten aan Teeven

De SSZ, de Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrechtadvocaten, heeft op 24 maart 2014 gereageerd op de brief van staatsecretaris Teeven waarin hij de alternatieve bezuinigingsvoorstellen voor de rechtsbijstand bespreekt

 

betreft: bezuinigingen rechtsbijstand     .

Hierbij wendt de SSZ, de Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrechtadvocaten, zich tot u met het volgende in verband met de brief van de Staatssecretaris van V&J van 18 februari 2014.

Uitgangspunten voor de toekomst

De SSZ gaat uit van de volgende uitgangspunten voor een toekomstig stelsel:

  • verminderen van de bureaucratie voor rechtzoekende en advocaat en vermindering van de kosten van de administratieve verwerking van toevoegingen.
  • gespecialiseerde advocaten behandelen de toevoegingen op het gebied van het sociaal zekerheidsrecht. Het gaat hier om een complex terrein dat bij voortduring in beweging is.
  • aan de deelnemende advocaten worden vanuit het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand kwaliteitseisen gesteld. Daartoe behoren: een minimum jaarlijks te behandelen zaken, voldoende opleidingspunten op het betreffende rechtsgebied en peer review. Peer review houdt een intercollegiale kwaliteitstoets in.
  • De Raad voor Rechtsbijstand toetst in het kader van high trust de kwaliteit achteraf. High trust is gebaseerd op vertrouwen en wel aan advocaten die vanwege een zorgvuldige selectie te vertrouwen zijn. Dit stelsel moet gelden voor alle advocaten. Advocaten die hier niet aan kunnen voldoen horen niet in het stelsel thuis.

Verminderen van bureaucratie

Als iedere rechtzoekende voor alle toevoegingen (ook de niet problematische) langs het juridisch loket moet leidt dit tot een immense bureaucratie. Rechtzoekenden moeten, zeker in de buitengebieden, ver reizen. De wachttijden lopen op. Wil de toetsing echt iets voorstellen dan moet die niet aan de balie, maar in een uitgebreid spreekuurcontact (minstens een half uur) door een hoog gekwalificeerd, juridisch geschoold medewerker plaats vinden, die bovendien ook nog proceservaring heeft. Het dient geen redelijk doel deze exercitie voor alle toevoegingen verplicht te laten uitvoeren. Er zijn zwaarwegende redenen om een schifting te maken tussen niet problematische, duidelijke toevoegingen (een eerste toevoeging voor een bepaald soort zaak, duidelijk afgebakende procedures met een duidelijk belang) en toevoegingen waar discussie over mogelijk is. De rechtzoekenden met een duidelijke zaak dient in elk geval de gang langs het juridisch loket te worden bespaard.
Voor de toevoegingen waar wel discussie over mogelijk is verdient het sterk de voorkeur dat die in het kader van de high trust worden afgehandeld. De advocaat maakt dan zelf de afweging en wordt achteraf beoordeeld. Vanuit kostenoogpunt is dit bovendien veel doelmatiger.

Uitbouw juridisch loket

Voor de Raad voor Rechtsbijstand en het juridisch loket is een bezuinigingsdoelstelling van 9.5 miljoen euro ingeboekt. De Raad voor Rechtsbijstand kan door het stelsel van high trust volledig uit te rollen belangrijke bezuinigingen inboeken. Die worden weer teniet gedaan als alle (of een groot deel van de) rechtzoekenden aselect een extra gang langs het juridisch loket moeten maken. De bezuinigingen op de rechtsbijstand maken het noodzakelijk dat het juridisch loket effectief en dus selectief wordt ingezet.

Het noodzakelijkheidscriterium

In het sociaal zekerheidsrecht zijn 80 % van de zaken zekere toevoegingen. Het gaat eigenlijk altijd om procedures met een duidelijk rechtsbelang. Te denken valt aan bezwaar verlaging WIA, een forse terugvordering c.q. boete WW of een weigering pgb. Een afschatting WIA is niet door het juridisch loket over te nemen. Dat soort zaken zijn te complex en kosten te veel uren (gemiddeld minimaal ongeveer 8 uur en beduidend meer).

Er is daarom in de rechtspraktijk een natuurlijke schifting ontstaan. Enerzijds de korte adviezen van maximaal een half uur in combinatie met de werkzaamheden tot maximaal 1 a 2 uur. Daar had vroeger het bureau voor consultatie, later het bureau voor rechtshulp en heeft nu het juridisch loket een belangrijke taak. Het gaat om veel zaken. Die horen in beginsel niet in de toevoegsfeer thuis.
Anderzijds zijn er de zaken die meer werkzaamheden vereisen en binnen het domein van de advocatuur horen. In beginsel is een extra fysieke gang langs het juridisch loket in dit soort zaken nodeloos belastend voor zowel clienten als het Juridisch Loket. Bovendien is van groot belang dat veel advocatenkantoren al werken met vaste verwijzers, zoals bijvoorbeeld bureaus sociaal raadslieden en maatschappelijk werk waarbij deze instellingen al vaststellen dat hulp door een advocaat noodzakelijk is. Een extra gang naar het Juridisch Loket wordt ervaren als een zinloze bureaucratische exercitie.

Invloed van (slechte en) nieuwe regelgeving

De invloed van onvoldoende doordachte, overhaaste regelgeving (denk daarbij aan de Wet WIJ die maar 1 ½ jaar heeft bestaan!) is dramatisch. De kwaliteit staat onder druk. De Wet Werk en Zekerheid is het laatste voorbeeld van wetgeving die alleen maar procedures oproept. De wetgever is zich hier onvoldoende van bewust bij de uitwerking van regelgeving. Bestuursorganen, advocaten en rechterlijke macht trachten geschillen in een zo vroeg mogelijk stadium finaal op te lossen. Daarmee wordt veel winst geboekt en kan een beroep op de gefinancierde rechtshulp worden beperkt. Als de wetgever aan de andere kant nieuwe conflictoproepende wetgeving blijft uitvaardigen blijft dit “dweilen met de kraan open” en worden de inspanningen die gedaan worden om conflicten te beperken voor teniet gedaan en blijft de vraag naar rechtsbijstand maar stijgen.

Proceskosten verhogen naar de toevoegvergoeding

Een ophoging van de proceskosten naar de toevoegvergoeding helpt de kwaliteit van besluiten te verhogen en de administratieve lasten te verminderen. De bedragen liggen al bijna op hetzelfde niveau.

De verhoging van het rechtsbelang naar € 1.000,–

Verhoging van het rechtsbelang tot een bedrag van € 1.000,– betekent bijvoorbeeld dat een bijstandsgerechtigde of uitkeringsgerechtigde met een lage uitkering geen toegang heeft meer tot het recht als zijn uitkering voor een maand wordt stopgezet. Of dat een werknemer met een minimuminkomen geen loonvordering meer kan instellen en zijn werkgever maar door kan gaan met het niet naleven van de arbeidsovereenkomst en/of CAO! Dat kan niet de bedoeling zijn. Een maatregel van een maand uitsluiting van het recht op uitkering of een te laag loon leidt spoedig tot een niet meer op te lossen schuldproblematiek, uithuiszettingen en onaanvaardbare effecten voor bijvoorbeeld minderjarige kinderen. De maatschappelijke kosten kunnen dus buitensporig groot zijn.

De SSZ vraagt u gelet op het voorgaande de door de Staatssecretaris van Justitie in zijn brief van 18 februari 2014 voorgestelde maatregelen aan te passen in de hiervoor vermelde zin.

Met vriendelijke groet,

 

A.E.L.T. Balkema
voorzitter SSZ (Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrechtadvocaten).

Tags: