• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

‘Op naar een nieuwe leemte in de rechtshulp’

Opiniestuk van Mr. J.S. Vlieger en mr. M.H.J. van Geffen, bestuursleden Vereniging Sociale Advocatuur Nederland en Vereniging Sociale Advocatuur Amsterdam:

Begin maart maakte het ministerie van veiligheid en justitie bekend dat op de gefinancierde rechtsbijstand 100 miljoen euro extra moet worden bezuinigd, bovenop eerdere bezuinigingen (vanaf 2007) ter hoogte van 115 miljoen euro per jaar. Het betreft inmiddels een bezuinigingsoperatie die leidt tot halvering van het totale budget, die een nieuwe leemte in de rechtshulp veroorzaakt.

De sociale advocatuur is in de jaren zeventig ontstaan als reactie op een destijds bestaand gebrek aan kwalitatief goede rechtshulp voor on- en minvermogenden. Uiteindelijk leidde deze beweging tot (de voorloper van) de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) waarin het recht op adequate rechtshulp, verankerd in artikel 18 van de Grondwet en artikel 6 van het Europees verdrag van de Rechten van de Mens, is uitgewerkt. De Wrb geeft minder draagkrachtigen recht op bijstand van een toegevoegde advocaat: een advocaat die voor zijn rechtsbijstand een vergoeding van de overheid ontvangt. Aan de rechtzoekende wordt een inkomensafhankelijke eigen bijdrage opgelegd. Vaak gaat het om zaken die in materieel of immaterieel opzicht van groot belang zijn voor de rechtzoekende omdat het gaat om problematiek op het vlak van de meest elementaire bestaanszekerheden: vrijheid, werk, inkomen, huisvesting, familiebetrekkingen. Hoewel de benaming ‘sociale advocatuur’ misschien wat gedateerd aandoet, is de groep advocaten die zich met hetzelfde elan als destijds inzet voor dezelfde doelgroep nog steeds groot te noemen: de meest recente cijfers op dit vlak (over het jaar 2010) wijzen uit dat ongeveer 35% van alle advocaten die deelnemen aan het stelsel van gefinancierde rechtshulp (ongeveer 8000) , in hoofdzaak toegevoegde zaken behandelt.

Ondergetekenden maken zich inmiddels ernstig zorgen om het voortbestaan van het stelsel vangefinancierde rechtsbijstand en om de toegang tot het recht voor minder draagkrachtigen. Vanaf 2007 ligt het stelsel namelijk constant onder vuur omdat bij de overheid het idee leeft dat de kosten ervan te hard zouden stijgen. Om die reden wordt in het regeerakkoord van 2007 naast een bezuiniging van 25 miljoen euro voor 2008 een structurele bezuiniging van 50 miljoen euro voor 2009 en de jaren daarna ingeboekt. Daar komt in 2010 nog eens een structurele bezuiniging van 50 miljoen euro bovenop en vanaf 2012 nog eens een jaarlijks bezuiniging van 15 miljoen euro. Uit deze bezuinigingen zijn tal van (deels nog te effectueren) maatregelen voortgevloeid die direct dan wel indirect de toegang tot het recht belemmeren, zoals: verdrievoudiging van het financieel belang van een zaak waarvoor wordt toegevoegd, forse verhoging van de laagste eigen bijdragen voor de rechtzoekende (een stijging van maximaal 160% tot een bedrag van 335,00 euro per zaak, waarbij bedacht moet worden dat één probleem – zoals ontslag – soms tot meerdere zaken kan leiden), verlaging van de toch al geringe vergoedingen voor de advocatuur met meer dan 10,0 % en verlaging van de inflatiecorrectie van de vergoedingen naar een ongeveer een half (!) procent per jaar (waarmee een sterfhuisconstructie is gerealiseerd). Hoewel deze laatste twee maatregelen niet direct de toegang tot het recht voor de rechtzoekenden belemmeren, leiden deze wel onontkoombaar tot verschraling van het aanbod van rechtshulpverleners en langs die weg tot verminderde toegang tot het recht. (Zo verdiende ongeveer de helft van de fulltime en hoofdzakelijk op het vlak van de gefinancierde rechtsbijstand werkende advocaten volgens eigen opgave in 2010 minder dan 50.000 euro).

Hoewel het met die grote kostenstijging wel meevalt (zo zijn volgens eigen berekeningen van begin 2012 van de uitvoeringsorganisatie van de Wrb – de Raad voor Rechtsbijstand – de kosten over de periode 2006 tot en met 2010 gestegen met 2,8% per jaar, waarvan 80% is toe te schrijven aan de destijds nog bestaande inflatiecorrectie), werd begin maart het voornemen van de overheid bekend nog eens structureel 100 miljoen euro extra per jaar te bezuinigen, hetgeen – tezamen met de eerdere maatregelen – neerkomt op een halvering van de totale uitgaven op het vlak van de gefinancierde rechtsbijstand (in 2011: 465 miljoen euro, 4% van de totale uitgaven van het ministerie en 0,2% van de uitgaven van de rijksoverheid). Hoewel nog onduidelijk is hoe deze bezuiniging zal
worden geëffectueerd is duidelijk dat het huidige stelsel niet gehandhaafd kan blijven: drastische vermindering van de toegang tot het recht voor minder draagkrachtigen is daarmee onontkoombaar, bijvoorbeeld door het categorisch uitsluiten van bepaalde rechtsgebieden (denk aan arbeidsrecht en huurrecht), verdere verhoging van de eigen bijdragen, verdere verlaging van de vergoedingen, etc. Dit is des te schrijnender omdat een groot deel van de behoefte aan rechtshulp voor minder draagkrachtigen nu juist veroorzaakt wordt door diezelfde overheid, vanwege de steeds meer uitdijende, complexere en belastende wetgeving waarmee de burger wordt geconfronteerd, bijvoorbeeld op het gebied van het strafrecht en inkomensvoorzieningen.

Dat forse inperking van het recht op gefinancierde rechtshulp funeste gevolgen kan hebben moge blijken uit een praktijkvoorbeeld. Mevrouw Visser is zestig jaar, stopt noodgedwongen haar café, is een jaar lang tevergeefs op zoek naar werk en klopt te langen leste noodgedwongen aan bij de gemeente voor een bijstandsuitkering, die op oneigenlijke gronden wordt geweigerd. Inmiddels heeft ze een dagvaarding ontvangen waarbij de woningbouwvereniging de kantonrechter verzoekt om de woning wegens een huurschuld te mogen ontruimen. Nadat de woningbouwvereniging tijdens een telefonisch contact met mevrouw aangeeft dat het voor haar geen zin heeft om op de zitting te verschijnen, wordt de ontruiming bij verstek uitgesproken. Mevrouw klopt vervolgens aan bij schuldhulpverlening en maatschappelijk werk, die aangeven op korte termijn niets voor haar te kunnen betekenen, waarop mevrouw zich noodgedwongen wendt tot een advocaat die – nadat overleg met de woningbouwvereniging niets uithaalt – een kort-gedingdagvaarding opstelt. Onmiddellijk na de ontvangst van de kort-gedingdagvaarding besluit de woningbouwvereniging vervolgens de ontruiming (één dag voor de geplande ontruimingsdatum) uit te stellen in afwachting van de uitkomst van de inmiddels weer – nu op tegenspraak – opgestarte ontruimingsprocedure. Omdat de bezwaarprocedure tegen de afwijzing van de bijstandsuitkering tijdens deze procedure wordt gewonnen kan mevrouw een substantieel deel van de huurschuld voldoen, waarmee vaststaat dat de kantonrechter de ontruiming niet zal uitspreken.

Wanneer mevrouw Visser geen aanspraak had kunnen maken op gefinancierde rechtsbijstand, had ze geen schijn van kans gehad tegen de woningbouwvereniging en de gemeente. Zij zou dakloos zijn geworden en geen inkomen hebben gehad. Vervolgens zouden de kosten voor de overheid (noodopvang) en maatschappij (schuldsanering) een veelvoud zijn geweest van de kosten van rechtsbijstand en waren de persoonlijke gevolgen voor mevrouw zelf niet te overzien geweest. Dit voorbeeld maakt verder duidelijk dat andere hulpverleningsinstanties vaak geen adequaat alternatief kunnen bieden. Daarbij komt nog dat in die gevallen waarin een gerechtelijke procedure noodzakelijk blijkt, de rechtzoekende soms verplicht is zich door een advocaat te laten bijstaan. Dat is het geval in een kort-gedingprocedure zoals in dit voorbeeld, maar het geldt bijvoorbeeld ook voor echtscheidingsprocedures – het soort zaken waarin de eigen bijdragen het meest zullen stijgen.

Wij verzetten ons dan ook met kracht tegen maatregelen die de toegang tot het recht voor de laagste inkomensgroepen verder beperken. Wij kunnen niet anders concluderen dan dat door de constante bezuinigingen zonder onderliggende visie een nieuwe leemte in de rechtshulp aan het ontstaan is. Terwijl de regelgeving steeds ingewikkelder wordt en de overheid steeds dieper in het privéleven van zijn burgers binnendringt, wordt de rechtsbescherming afgebroken. De (toekomstige) maatschappelijke kosten daarvan komen niet voor in het huishoudboekje van het ministerie. Niet alleen ontbreekt het aan toekomstvisie, ook aan historisch besef. De politiek wordt door ondergetekenden dan ook dringend opgeroepen af te zien van de aangekondigde bezuiniging en de toegang tot de kwalitatief goede rechtsbijstand zoals die nu bestaat in stand te laten.

Tags: ,

Social

FacebookTwitterLinkedin
actie