• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Mail van advocaat Job Knoester aan de Tweede Kamer

Advocaat Job Knoester heeft op eigen titel een mail gestuurd naar de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie van de Tweede Kamer. Hierin toont hij fijntjes een aantal knelpunten uit het huidige kabinetsvoorstel aan:

Geachte dames en heren,

Heb ik het goed dan zult u op 22 juni 2016 onder andere de brief van minister Ard van der Steur d.d. 31 mei 2016 aan de tweede kamer bespreken tijdens een zogenaamd Rondetafelgesprek. In voornoemde brief besteedt de minister aandacht aan de bevindingen van de commissie Wolfsen. Het zal u mogelijk niet verbazen dat een en ander mij, samen met een groot aantal advocaten, bezig houdt.

In dit schrijven wil ik me focussen op de gedachte dat bepaalde onderdelen van de bevindingen van de commissie Wolfsen in plaats van tot bezuinigingen tot een kostenstijging zullen leiden.
Hierbij zal ik voor nu niet hoofdzakelijk de nadruk leggen op het feit dat de commissie, al dan niet bewust, een denkfout maakt als het wil koersen op een situatie dat advocaten die in een sociale rechtspraktijk werkzaam zijn een ambtenarensalaris zouden moeten verdienen vergelijkbaar met anderen in de rechtspraktijk. De commissie lijkt te vergeten dat omzet voor advocaten niet hetzelfde is als inkomen.

Een advocaat moet, om zijn praktijk draaiende te kunnen houden. bereikbaar zijn tijdens zittingen of cliëntenbezoek. Er zal derhalve op zijn minst geïnvesteerd moeten worden in een telefoniste of secretaresse, maar er zijn meer kosten zoals:

  • huisvestingskosten;
  • jaarlijkse verplichte opleidingskosten;
  • verplichte accountantskosten;
  • vervoerskosten om cliënte in den landen te bezoeken en om zittingen in den landen te kunnen bijwonen;
  • verzekeringskosten;
  • verplichte contributies bij specialisatieverenigingen en de orde van advocaten; en
  • kosten voor een bibliotheek.

Thans kunnen advocaten met een sociale praktijk jaarlijks een maximum aantal zaken doen. De gedachte hierachter is in het bijzonder dat op die manier wordt voorkomen dat advocaten teveel hooi op hun vork nemen en dat de kwaliteit wordt bewaakt. In de praktijk komt het erop neer dat een advocaat met een sociale praktijk mag werken tot maximaal 2000 punten. Globaal bezien komt dat neer op een omzet van ongeveer € 200.000 op jaarbasis. Er zullen echter maar weinig advocaten zijn die dit maximum aantal punten halen. De advocaten die dat voor elkaar krijgen zijn specialisten en kunnen dat alleen maar realiseren door een stevige ondersteuning waarbij valt te denken aan secretariële, administratieve en/of juridische hulp. En dergelijke ondersteuning creëert werkgelegenheid en een hoge kostenpost voor de advocaat.

De commissie Wolfsen wil met het kennelijke oogmerk van kostenbeheersing doen bepalen dat advocaten in de toekomst jaarlijks nog maximaal 900 punten mogen verwerven met sociale zaken. Dat betekent globaal een omzet van ongeveer €90.000, meer dan een halvering van het huidige beleid. Er lijkt een uitzondering voor specifieke situaties te worden beoogd, inhoudende dat in bijzondere gevallen maximaal 1200 punten mogen worden verworven. Naar mijn idee is het een veilige veronderstelling dat een dergelijke beleidswijziging juist tot kostenstijging in plaats van kostenbesparing van de sociale rechtsbijstand leidt. Het volgen van het advies van de commissie Wolfsen op dit punt zal niet maken dat bijvoorbeeld het Openbaar Ministerie besluit minder strafzaken aan te brengen. Evenmin zal zulks ertoe leiden dat minder vluchtelingen asiel aanvragen, om maar een paar zijstraten te noemen.

Het zal juridisch onhaalbaar zijn om tegen rechtzoekenden te zeggen dat zij niet in aanmerking komen voor gefinancierde rechtshulp omdat het budget van de Raad voor Rechtsbijstand op is. Advocaten die bij de invoering van een 900puntsgrens deze grens bereiken zullen vanaf dat moment niet langer zaken op basis van gefinancierde rechtshulp doen. Er vanuit gaande dat er niet sprake zal zijn van bijvoorbeeld minder verdachten of asielzoekers zullen zij zich moeten wenden tot andere en minder gespecialiseerde advocaten. Daar komt bij dat veel advocaten zonder voorbehoud te kennen hebben gegeven hun specialisatie op te zullen geven indien dit voorstel van de commissie Wolfsen wordt overgenomen.

Het gevolg van juridische bijstand door minder gespecialiseerde advocaten zal zijn dat advocaten langer over zaken doen. Dat betekent dat eerder dan thans het geval is aanspraak zal worden gedaan bij de Raad voor rechtsbijstand op de regeling ‘’bewerkelijke zaken’’. Op grond van die regeling krijgen advocaten in grotere zaken niet langer een forfaitair bedrag uitbetaald per zaak, maar ontvangen zijn vergoeding op basis van een uurtarief van iets meer dan € 100. Als meer zaken op deze basis voor gedaan zullen de kosten van de rechtsbijstand stijgen. Voorts zal de invoering van 900puntsgrens ertoe leiden dat advocaten die hun quotum bereiken sociale zaken zullen moeten overdragen aan andere advocaten. Dat betekent dat die advocaten opnieuw contact moeten leggen met de cliënt, dossieronderzoek moeten verrichten en andere werkzaamheden over moeten doen. Ook dat zal er toe leiden dat eerder en vaker aanspraak wordt gedaan op de regeling “bewerkelijke zaken’’, met wederom een kostenstijging tot gevolg.

Binnen de strafrechtadvocatuur is een veelgehoord geluid dat er nog wel winst te behalen is in de snelheid waarmee zaken worden afgewikkeld door een aantal advocaten. Er zijn inmiddels in Nederland veel gespecialiseerde advocaten in de sociale advocatuur. Er zijn echter ook op alle rechtsgebieden nog altijd advocaten actief die minder specialistisch te noemen zijn. Wanneer de eisen per rechtsgebied door de Raad van Rechtsbijstand nog meer zouden worden opgeschroefd zal het kaf zich van het koren scheiden. Wanneer dat gebeurt mag worden verwacht dat de doorgespecialiseerde advocaten sneller, effectiever en daarmee goedkoper werken.

De commissie Wolfsen komt met een aantal zeer bruikbare adviezen voor verbetering van het bestaande stelsel van sociale rechtshulp. De invoering van een 900puntsgrens hoort daar niet bij. Dat zal juist een averechts effect hebben met kostenstijging tot gevolg. Het delen van voornoemde bespiegelingen kon ik niet laten. Als u stelt dat ik een persoonlijk belang heb bij de uiteindelijk in te zetten koers zal ik dat niet tegenspreken. Er is echter meer. Er is zelfs meer dan een averechts effect op de kostenbeheersing bij de invoering van het hierboven bedoelde advies van de commissie Wolfsen. Het vertrek van gespecialiseerde advocaten uit het stelsel van gefinancierde rechtshulp zal eindelijk de gewone mens in de samenleving met een kleine portemonnee raken. Dat laatste zou misschien nog wel het zwaarste moeten wegen.

Ik wens u veel wijsheid toe.

Met vriendelijke groet,

Job Knoester
Specialist strafrecht

Tags:

Social

FacebookTwitterLinkedin
actie