• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Inbreng voor het AO gefinancierde rechtsbijstand van 8 september

Betreft: Algemeen Overleg stelsel gefinancierde rechtsbijstand 8 september a.s.

Geachte woordvoerders,

Donderdagmiddag 8 september wordt het algemeen overleg gefinancierde rechtsbijstand gehouden. De NOvA heeft bij het rondetafelgesprek d.d. 22 juni grote zorgen geuit over een aantal voorgestelde maatregelen. De twee grootste pijnpunten zijn de 900-puntengrens en de budgetneutrale opdracht van de ‘commissie evaluatie puntenaantallen’. Ook vanuit de specialisatieverenigingen VSAN, NV(J)SA, vFAS en VAJN is felle kritiek gekomen op de 900-puntengrens. Met dit voorstel is de sociaal advocatuur niet meer in staat het werk te doen.

Met deze brief wil de NOvA nogmaals de rampzalige gevolgen van de voorgestelde 900-puntengrens voor de rechtzoekenden en advocatuur laten doordringen. Eén van de belangrijkste pijlers van ons rechtsstelsel, de toegang tot het recht, komt hiermee voor min-en onvermogenden ernstig in gevaar. Voor gespecialiseerde en bevlogen advocaten wordt het onmogelijk gemaakt op een kwalitatief volwaardige wijze hun werkzaamheden te verrichten. Dit is de groep advocaten die zich met hart en ziel inzet voor de meest kwetsbare rechtzoekenden in Nederland.

Puntengrens
Het forfaitaire stelsel van gefinancierde rechtsbijstand is gebaseerd op een puntensysteem. Aan elke type zaak is een bepaald aantal punten toegekend. De NOvA blijft benadrukken dat één punt niet gelijk staat aan één uur. Dit betekent dat er door de advocatuur in het stelsel fors meer uren worden gewerkt aan een zaak dan de punten die zijn toegekend.

Bij de vaststelling van de toevoeging worden de punten vermenigvuldigd met de puntvergoeding en uitbetaald aan de advocaat. Van deze vergoeding dient de advocaat vervolgens zijn kantoorkosten e.d. te voldoen, wat betekent dat netto ongeveer de helft over blijft. Sinds 2011 geldt een jaarlijkse grens van 2000 punten. Tevens kent het stelsel een maximum van jaarlijks 250 toevoegingen. Deze maxima in het stelsel functioneren goed. Indien een advocaat 250 toevoegingen heeft bereikt, worden in dat kalenderjaar geen toevoegingen meer toegekend. Ook geldt aan afwijkend lager maximum aantal toevoegingen voor advocaten die in de twee jaren voorafgaand aan het huidig jaar gemiddeld meer dan 2000 punten hebben gedeclareerd. Het is de NOvA dan ook volstrekt onduidelijk voor welk probleem de voorgestelde 900-puntengrens een oplossing moet bieden, nu immers vaststaat dat de thans geldende maxima hun werking hebben en geen misstanden of anderszins ons bekende ongeregeldheden opleveren.

Met de huidige puntvergoeding betekent de 900-puntengrens dat advocaten jaarlijks € 95.049,- aan omzet kunnen genereren. Omzet, dit is niet het inkomen van de advocaat. Met het gegeven dat hier minstens 40%-50% kantoorkosten vanaf gaan (zoals huur, secretariële ondersteuning, verzekeringen, opleiding/cursussen), is dit de doodsteek voor de groep gespecialiseerde advocaten.

In totaal zijn circa 7500 advocaten ingeschreven bij de Raad voor rechtsbijstand.5 Dat is een groot aantal, maar daarbij is het van belang te weten dat een aanzienlijk deel daarvan incidenteel toevoegingen doet. Een groep van ongeveer 1100 advocaten (15% van 7500) voert de praktijk geheel in dienst van de sociale rechtshulp en staan het merendeel van rechtzoekenden bij die in aanmerking komen voor een toevoeging. Dit betreft sterk gespecialiseerde advocaten voor wie het, gelet op hun specialisatie, niet goed mogelijk is om kwalitatieve rechtshulp aan te bieden op andere rechtsterreinen. Voor deze groep van circa 1100 rechtshulpverleners, die een grote groep rechtzoekenden bijstaan, is limitering van de puntengrens naar 900 onwerkbaar. Daar waar door de heer Wolfsen tijdens het rondetafelgesprek is aangegeven dat de beperking naar 900 punten niet bezwaarlijk is, omdat 85% van de advocaten niet aan de 900 punten toekomt, is een wijze van redeneren die de schadelijke gevolgen van deze beperking miskent.

Het voorstel dat de sociale advocatuur een beter verdienmodel moet gaan ontwikkelen en (meer) commerciële zaken moet aantrekken, kan niet anders beschouwd worden als ondoordacht en volstrekt onzinnig. Op een aantal rechtsgebieden is het immers nagenoeg onmogelijk om commerciële zaken aan te trekken. Dit geldt onder meer voor het strafrecht, vreemdelingen-en asielrecht en psychiatrisch patiëntenrecht. Als advocaten al besluiten om zich op een ander rechtsgebied te specialiseren, vergt dat een forse investering in opleiding en duurt het jaren om voldoende commerciële zaken aan te trekken. Bovendien moet hiervoor de concurrentie worden aangegaan met andere advocaten die al op dat rechtsterrein actief zijn. Het gevaar bestaat dat advocaten zich moeten gaan begeven op rechtsterreinen waar ze minder of niet bekwaam in zijn, waarmee de eis van kwaliteit wordt losgelaten.

Tevens ontkent de overheid met deze benadering dat zij een taak en verantwoordelijkheid heeft voor de invulling van de toegang tot het recht die ook daadwerkelijk effectief is. Daar komt bij dat deze constructie betekent dat de advocaat aan kruisbestuiving dient te doen, omdat zijn betalende zaken de toevoegingszaken moeten compenseren om op het gewenste schaalinkomen te komen. Dit heeft gevolgen voor het tarief van de advocaat, waarvan de groep mensen die net boven de toevoegingsgrens zit uiteindelijk de dupe wordt. Met het oog op de toekomst biedt de 900-puntengrens ook geen aantrekkelijk perspectief voor jonge advocaten om toe te treden tot het stelsel. De voorgenomen puntengrens heeft een zeer demotiverend effect om zich toe te leggen op de rechtsbijstand aan de rechtzoekenden die dit het hardst nodig hebben.

Overige voorstellen
De NOvA ziet zeker een meerwaarde in een aantal kabinetsplannen en is verheugd dat hierin enkele aanbevelingen van de commissie ‘Duurzaam stelsel’ lijken terug te komen. De NOvA zal de verdere uitwerking van onderstaande voorstellen met interesse volgen en uiteraard waar nodig haar medewerking verlenen.

  • De diagnose- en triagefunctie van het Juridisch Loket wordt afgeschaft, hierdoor wordt € 53,- in mindering gebracht op alle eigen bijdragen;
  • Inning van de eigen bijdragen wordt ondergebracht bij de Raad voor rechtsbijstand;
  • High Trust blijft in stand;
  • Lichte adviestoevoeging (LAT) blijft behouden;
  • Het oriëntatiegesprek wordt niet voor alle zaken verplicht gesteld;
  • Betere samenwerking en communicatie tussen partijen die opereren in de eerstelijns rechtsbijstand;
  • Instelling van een onafhankelijke commissie voor bewerkelijke zaken. De NOvA stelt wel dat de leden dienen te beschikken over een gedegen ervaring vanuit de praktijk.

De NOvA is gematigd positief over de instelling van de ‘commissie evaluatie puntenaantallen’. Dat deze commissie er komt, wordt toegejuicht. Het is echter onacceptabel dat de onderzoeksopdracht op voorhand wordt ingeperkt met het gegeven dat de voorstellen niet mogen leiden tot een verhoging van de uitgaven. Niet is uitgesloten, sterker nog de kans is zeer groot, dat na de evaluatie blijkt dat er budget moet worden vrij gemaakt om de puntenaantallen te herijken. Hier dient ruimte voor te zijn. De NOvA heeft zich om deze reden dan ook niet gecommitteerd aan de budgetneutrale onderzoeksopdracht. Het departement is hiervan sinds juni op de hoogte.

AMvB 1 februari 2015
De NOvA kan zich totaal niet vinden in de argumentatie van het kabinet voor instandhouding van de AMvB zoals ingevoerd per 1 februari 2015 en is nog steeds van oordeel dat deze maatregel moet worden teruggedraaid. Volgens de commissie Wolfsen heeft de AMvB geen effect op het aantal rechtsbijstandverleners in het stelsel. Het moge duidelijk zijn dat de effecten van deze AMvB niet binnen een jaar meetbaar zijn. De maatregelen zijn van toepassing op toevoegingen afgegeven ná 1 februari 2015. Sommige zaken hebben een lange looptijd en niet van alle afgeronde zaken wordt meteen de toevoeging gedeclareerd. Daar komt bij dat de commissie ‘Duurzaam stelsel’ juist heeft vastgesteld dat er nu al sprake is van vergrijzing en onvoldoende toestroom van jonge advocaten. Door de gevolgen van de AMvB zullen deze negatieve ontwikkelingen verder toenemen.

Het belang van de meest kwetsbare groep rechtzoekenden staat voorop als het om het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand gaat. De toegang tot het recht dient voor deze groep mensen gewaarborgd te zijn en niet te worden ingeperkt door verkapte bezuinigingsmaatregelen. Goede rechtsbijstand is voor hen van groot belang. Rechtspleging is een investering, geen kostenpost.

Met vriendelijke groet,

namens de algemene raad

Bart van Tongeren
Algemeen deken

Bernard de Leest
Portefeuillehouder Toegang tot het recht

Download de brief hier: Brief cie VJ AO 8 sep

Tags:

Social

FacebookTwitterLinkedin
actie