• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Inbreng NOvA Algemeen overleg gefinancierde rechtsbijstand 26 maart 2014

Op 26 maart 2014 spreekt de Tweede Kamer nogmaals over de voorgenomen bezuiniging op de gefinancierde rechtsbijstand. In deze brief wijst de NOvA nogmaals op haar bezwaren tegen dit voorstel, dat de toegang tot kwalitatief goede rechtsbijstand voor de laagste inkomens beperkt. Daarnaast wijst de NOvA ook op de uitspraken die zijn gedaan tijdens het debat over de rechtsstaat in de Eerste Kamer, waar de rechtsbijstand nadrukkelijk aan bod is gekomen.

Download de Brief NOvA voor AO stelsel rechtsbijstand 26 maart 2014

 

Betreft: Algemeen overleg gefinancierde rechtsbijstand

Geachte woordvoerders Veiligheid en Justitie,

Woensdag 26 maart praat uw Kamer over het stelsel gefinancierde rechtsbijstand.

Eerder heeft u op 10 februari, via uw griffier, ons standpunt en in afschrift onze brief aan staatssecretaris Teeven (d.d. 6 februari 2014) ontvangen.

De opvatting van de Orde dat deze (jaarlijkse en structurele) taakstelling van 85 miljoen euro ten koste van het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand onaanvaardbaar is,
wordt bij u bekend verondersteld. Grote groepen on- en minvermogenden in de samenleving worden uitgesloten van de toegang tot het recht. De Orde maakt zich grote zorgen over de sociale, economische en maatschappelijke gevolgen daarvan.
Verloedering wordt bevorderd en oneerlijkheid gefaciliteerd als het recht niet meer aan bod komt.

De Raad van Advies van de Orde heeft zich onlangs over deze problematiek uitgesproken1 en onderschrijft o.a. de principiële opstelling van de Orde waar het gaat om een ontbrekende integrale visie van dit kabinet op het onderwerp rechtsbijstand en het daarmee samenhangende risico dat daadwerkelijk de toegang tot het recht in het geding is. De brief van 13 december 2013 van beide bewindslieden van Veiligheid en Justitie voorziet in elk geval niet in de o.a. op basis van de motie Kox gevraagde visie.

Een stapeling van moties in de Eerste Kamer (Ruers, Franken en Strik) is daarvan het gevolg, maar doet tegelijkertijd de zorg toenemen in hoeverre het kabinet in staat is tot
ontwikkeling van visie. De Orde heeft daarom zelf het initiatief genomen om tot een ketenbrede benadering te komen, te beginnen in de strafrechtketen.

Deze brief is niet bedoeld als een herhaling van zetten, maar wij wijzen u graag nog op zaken die nadien nog zijn voorgevallen, zoals het debat over de staat van de rechtsstaat dat op 11 maart in de Eerste Kamer werd gehouden. Een overzicht van uitspraken die tijdens dit debat zijn gedaan kunt u overigens terugvinden op de website www.rechtsbijstandjuistnu.nl

Aandachtspunten

Tijdens het debat in de Eerste Kamer over de staat van de rechtsstaat is het onderwerp gefinancierde rechtsbijstand uitvoerig besproken. De volgende zaken kwamen daarbij aan de orde:

1) Oproep tot heroverweging bezuinigingsplan (motie Ruers cs)
Tijdens het debat in de Eerste Kamer is de motie Ruers cs ingediend. In deze motie werd de regering verzocht haar bezuinigingsplan in het kader van de toegang tot het recht en de gefinancierde rechtsbijstand in heroverweging te
nemen. Op 18 maart is deze motie door de Eerste Kamer aangenomen. De Orde vraagt daarom ook aan u om, in het licht van deze motie, deze bezuinigingen op de rechtsbijstand te heroverwegen.

2) Strijdigheid met artikel 6 EVRM
Zowel in het advies van professor Barkhuysen als in de visie van het college van de rechten van de mens (beide beschikbaar op www.rechtsbijstandjuistnu.nl) wordt betoogd dat deze nu voorgenomen bezuiniging van 85 miljoen negatieve
implicaties heeft voor de toegang tot het recht als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens. Daarnaast is aangevoerd dat de Staatscommissie-Thomassen in haar rapport over mogelijke
grondwetswijzigingen heeft benadrukt dat de toegang tot de rechter een essentieel element in de te waarborgen burgerrechten vormt. Dit onderwerp vormt naar de mening van de Orde derhalve een principieel punt dat om die reden een nadere overweging verdient.

3) Veronderstelde zelfredzaamheid van ‘de burger’
Tijdens het debat in de Eerste Kamer is door verschillende woordvoerders aandacht gevraagd voor de klaarblijkelijke redenering van de regering dat, met een beroep op meer eigen verantwoordelijkheid van burgers en het stimuleren
van zelfredzaamheid, alsmede de beschikbaarheid van alternatieve voorzieningen, het stelsel van rechtsbijstand en het daarmee gekoppelde beroep erop, verregaand kan worden afgebroken.

In deze context wordt herhaald dat uit het door de staatssecretaris zelf aangehaalde onderzoek van het WODC, blijkt dat 95% van alle geschillen door betrokkenen zelf wordt opgelost en dat slechts 5% van alle geschillen aan de
rechter wordt voorgelegd. Juist voor dit zeer beperkte deel van het totaal aantal geschillen en voor die burgers die niet kunnen terugvallen op alternatieve voorzieningen, zou het stelsel in volle omvang in stand moeten blijven.

4) Uitspraken over de (positie van de) Orde
De staatssecretaris heeft in zijn bijdrage in de Eerste Kamer gemeld dat “de Orde gaf echt grote voorkeur aan het generaal verlagen van het uurtarief”. Deze weergave is aantoonbaar onjuist. De Orde heeft in haar eerder aangehaalde van
6 februari 2014 aangegeven dat daarvoor baliebreed geen steun was. De generieke verlaging van het punttarief is een keuze die is gemaakt door het kabinet.

De uitwerking van de diverse maatregelen om te komen tot de voorziene taakstelling krijgt zijn beslag in de vorm van een serie van wetswijzigingen, algemene maatregelen van bestuur en besluiten. De Orde roept u op om alle mogelijkheden te benutten die u heeft om het verdere proces te monitoren en parlementaire betrokkenheid uit te oefenen.

Tot slot merken wij op dat de Orde overleg heeft gevoerd met de staatssecretaris en hem daarvoor ook erkentelijk is. Daarbij zijn door de Orde ook goede alternatieven aangereikt. Alternatieven die navolging zouden moeten verdienen. Dit heeft echter niet
tot overeenstemming geleid. Een ketenbrede visie acht de Orde noodzakelijk voor ons rechtsbijstandsstelsel. De Orde zal daarom ook blijvend inzetten op zo’n visie met alle
gesprekspartners in het veld.

Met vriendelijke groet,

Namens de algemene raad,

Walter Hendriksen / Bernard de Leest

Algemeen deken / lid algemene raad

1 http://rechtsbijstandjuistnu.nl/raad-van-advies-nova-over-bezuinigingen-rechtsbijstand/

Tags: ,

Social

FacebookTwitterLinkedin
actie