• Het kabinet kan niet steeds meer regels maken,
    en de kosten bij de burger neerleggen.

  • Wordt een rechtszaak voor bijna 40% van alle Nederlanders te duur?

  • Nog meer bezuinigen op de rechtsbijstand?

Brief van NOvA aan de 2e Kamer nav Miljoenennota 2013

De onderstaande brief is op 23 september 2013 verstuurd aan de fractievoorzitters van alle politieke partijen en aan de woordvoerders Veiligheid en Justitie:

Aan de fractievoorzitters en de woordvoerders Veiligheid en Justitie

Den Haag, 23 september 2013
Betreft: Verzoek van de Nederlandse Orde van Advocaten voor de Algemene Politieke beschouwingen

Geachte fractievoorzitters en geachte woordvoerders Veiligheid en Justitie,

Woensdag 25 en donderdag 26 september bespreekt uw Kamer tijdens de Algemene Politieke beschouwingen de Miljoenennota en de Rijksbegroting. De maatregelen die hierin genoemd worden raken vele inwoners van Nederland, zo niet alle.

Vanzelfsprekend zal uw aandacht met name zijn gevestigd op de economie, de financiën, de lastenverzwaringen en de bezuinigingen. In dat kader vraag ik uw aandacht voor specifieke bezuinigingen die in de begroting van Veiligheid en Justitie worden genoemd, de bezuinigingen op de rechtsstaat. Als algemeen deken van de Nederlandse Orde van Advocaten uit ik hierover mijn grote zorgen.

De begroting van Veiligheid & Justitie (verder V&J) spreekt over het “realiseren van een veiliger Nederland en versterking van de rechtsstaat” (1). Deze woorden staan in schril contrast met de in diezelfde begroting genoemde maatregelen op het gebied van rechtsbijstand, de griffierechten, het voorstel om de advocatuur onder toenemende overheidsinvloed te plaatsen en het strafrecht. Deze maatregelen hebben gevolgen voor de inwoners van Nederland, in het bijzonder voor de inwoners die het al niet makkelijk hebben. De toegang tot het recht moet er niet alleen zijn voor hen die het kunnen betalen. Mijn vrees is dat dit met de voorgenomen maatregelen op de rechtsbijstand en de griffierechten wel meer en meer het geval zal zijn en worden. Als mijn vrees bewaarheid wordt, betekent dit dat voor de sociaal zwakkeren in onze samenleving de weg naar de rechter wordt afgesneden.

BEZUINIGING OP DE GEFINANCIERDE RECHTSBIJSTAND

Het kabinet heeft op 12 juli aangekondigd om 85 miljoen te besparen op de gefinancierde rechtsbijstand. Opmerkelijk is dat op pagina 19 van de begroting V&J melding wordt gemaakt van 91 miljoen (2). Deze verandering wordt niet nader toegelicht en de onduidelijkheid is bij de Orde nog eens extra vergroot door het nieuwsbericht op Prinsjesdag waarin wederom het bedrag van 85 miljoen euro wordt genoemd (3). De Orde verzoekt u dan ook om tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen helderheid in deze te verschaffen.

Los van deze onduidelijkheid merkt de Orde op dat de aankondiging van 12 juli bovenop de al eerder aangekondigde maatregelen komt, die gedeeltelijk nog niet eens zijn ingevoerd. Per saldo is dit de vierde bezuiniging op de rechtsbijstand in vijf jaar tijd. Zo wordt per 1 oktober a.s. nog een ingrijpende wijziging van het stelsel doorgevoerd (4).

In de nu voorgenomen stelselvernieuwing worden complete rechtsgebieden uitgesloten van de rechtsbijstand. Ter illustratie: in de troonrede is de hervorming van de huurmarkt genoemd. Maar burgers die hierdoor in de knel komen hebben niet langer toegang tot rechtshulp. Huurrecht is namelijk een van de rechtsgebieden (naast het brede gebied van consumentenrecht en echtscheiding zonder kinderen) waarvoor burgers niet langer met toevoeging een advocaat kunnen inschakelen om hun gelijk te halen (5).

Burgers worden met dit voorstel verder beperkt in hun rechtspositie. Het staat dit kabinet dan ook niet dat in een fatsoenlijke rechtsstaat als de onze de toegang tot het recht zo wordt ingeperkt, o.a. in het sociale zekerheidsrecht en in de strafrechtketen
Hoogleraar straf- en strafprocesrecht mr Taru Spronken: ‘De stijging van de kosten voor gefinancierde bijstand wordt in belangrijke mate veroorzaakt door een steeds complexere regelgeving waar de overheid zelf debet aan is. 60% van alle rechtsbijstand wordt verleend in conflicten tussen de burger en de overheid’ (6).

Dit percentage, alsmede de constatering dat het aantal verleende toevoegingen voor zaken tegen de overheid onverkort blijft groeien, werd onlangs bevestigd in de jaarlijkse monitor van de Raad voor Rechtsbijstand. In dit kader verzoek ik uw Kamer om nogmaals de aandacht te vestigen op de eerder dit jaar zeer breed aangenomen motie Bernsen-Jansen-Oskam(7). Deze motie verzocht de regering om nieuwe wetsvoorstellente toetsen op de consequenties voor de vraag naar rechtsbijstand.

VERHOGING GRIFFIERECHTEN

De Orde vindt het zorgwekkend dat de regering er opnieuw (voor de zesde keer in enkele jaren) voor kiest om de griffierechten te verhogen. De begroting noemt een gemiddelde verhoging van 15% van de tarieven. Als dit gemiddelde op dezelfde wijze wordt uitgewerkt als het conceptwetsvoorstel Wetsvoorstel aanpassing tarieven griffierechten dat vóór de zomer ter consultatie is aangeboden, dan gaat achter dit gemiddelde een forse verhoging schuil van de tarieven voor hoger beroep en cassatie met 30%, 60%, of zelfs 100%.

De zorgen van de Orde worden gedeeld door de president van de Hoge Raad, mr. G.J.M. Corstens, die in zijn position paper voor het afgelopen donderdag gehouden Rondetafelgesprek over de kwaliteit en werkdruk van de rechtspraak meldde ‘Vanuit rechtstatelijk perspectief is van groot belang dat de rechter voor de gewone rechtzoekende voldoende bereikbaar blijft. Maatregelen die kunnen leiden tot beperking van de toegang tot de rechter, of tot het opwerpen van nog hogere drempels dienen met grote aandacht voor dit belang te worden beschouwd’.

Verder merk ik op dat in met name het handelsrecht sprake is van een grote lastenverzwaring, die vooral ondernemers raakt. Juist in een tijd dat rekeningen vaker onbetaald blijven en bedrijven met kleine marges werken, moet de gang naar de rechter open liggen en niet beperkt worden. Dit alles is ook in het belang van de Nederlandse economie en het vestigingsklimaat.

STRAFRECHT

Wat betreft het strafrecht ligt in de begroting de nadruk niet alleen op bezuinigen, maar ook op sneller en harder optreden. De begroting van V&J noemt meerdere malen ‘preventieve en repressieve maatregelen’. De Orde maakt zich ernstige zorgen over de gevolgen van deze combinatie voor de zorgvuldigheid in het strafproces en de rechtsbescherming van burgers.

Dat ‘slachtoffers en verdachten recht hebben op een herkenbaar, krachtig en op maat gesneden strafrecht’ klinkt als iets waar men niet op tegen kan zijn; en uiteraard is het goed als burgers die aangifte doen sneller weten waar ze aan toe zijn. In de beleidsplannen en wetsvoorstellen die nu in hoog tempo op ons worden afgevuurd blijkt helaas dat de uitwerking hiervan veelal ten koste gaat van de rechtsbescherming en privacy van de burger.

Binnen ZSM, de werkwijze waarbij het OM strafzaken versneld en buiten de rechter om afdoet, is bijvoorbeeld lange tijd in het geheel geen aandacht geweest voor rechtsbijstand. Weliswaar is de advocatuur thans (na een periode van twee jaar) betrokken in het overleg over de rol van de raadsman binnen ZSM, maar in de praktijk is nog altijd onvoldoende aandacht voor rechtsbijstand in zaken die via ZSM worden afgedaan. Burgers worden nu nog vaak zonder tussenkomst van een advocaat geconfronteerd met bijvoorbeeld een strafbeschikking, die grote gevolgen kan hebben voor het behoud van hun baan. In de discussie over de rol van de raadsman binnen ZSM wordt door de advocatuur steeds de nadruk gelegd op de belangen van de rechtzoekende, maar uiteraard ook op het beschikbaar stellen van een adequate vergoeding voor rechtsbijstand zodat er ook daadwerkelijk advocaten beschikbaar zijn die deze rol kunnen vervullen. Dit verzoek wuift men, met een korte verwijzing naar de bezuinigingsplannen, vaak al gauw weg.

Wat de Orde betreft dient evenwel aandacht te worden gevraagd voor het feit dat met ZSM volgens het OM de helft van de politierechterzittingen komt te vervallen. De besparingen die daarmee gepaard gaan mogen niet los gezien worden van de toenemende vraag naar rechtsbijstand in de voorfase van het strafproces. Alleen op die wijze kan snel afdoen ook verantwoord gebeuren.
Een ander voorbeeld is het op 19 september jl. ingediende wetsvoorstel dat beoogt straffen in eerste aanleg direct na oplegging ervan ten uitvoer te leggen. Dit voorstel is op dezelfde datum ter consultatie aan de Adviescommissie Strafrecht van de Orde voorgelegd en een formeel advies zal dan ook nog moeten volgen. Zonder dit advies te doorkruisen kan al wel worden opgemerkt dat dit wetsvoorstel zeer controversieel is, om meerdere redenen.

Ten eerste rijst de vraag of er überhaupt wel een noodzaak bestaat om dergelijke maatregelen te treffen, nu het reeds sinds 2005 mogelijk is om (op grond van art. 75 Wetboek van Strafvordering) de voorlopige hechtenis te laten voortduren hangende hoger beroep en cassatie op basis van een veroordeling tot een vrijheidsstraf in eerste aanleg. Deze bepaling maakt het voorstel zoals dat nu wordt gedaan dus in feite overbodig. Daarnaast zal het voorstel in deze vorm naar verwachting niet de toets van het Europees Hof kunnen doorstaan, niet omdat een directe tenuitvoerlegging an sich in strijd is met het EVRM (dit gebeurt eveneens bij het innen van fiscale boetes), maar wel doordat onterechte vrijheidsbeneming nooit meer ongedaan kan worden gemaakt.

In Europa is de onschuldpresumptie een belangrijk thema: men werkt zelfs aan een richtlijn die de versterking van dit beginsel regelt. De schadevergoeding die wordt uitgekeerd als men ten onrechte heeft vastgezeten doet geen recht aan het onherstelbare leed dat is toebracht en daarbij lijkt het gemak waarmee men deze compensatie introduceert niet te rijmen met de noodzaak tot bezuinigen. Het komt nu al steeds vaker voor dat de overheid schadevergoedingen uit moet keren (8). De uit te keren bedragen zullen bij invoering van een dergelijke maatregel uiteraard alleen maar stijgen. Dit zijn ‘slechts’ twee concrete voorbeelden van een pakket aan maatregelen waarmee ‘bezuinigd wordt op rechtsstatelijkheid’. De Orde roept de Kamer op steeds alert te blijven op voornemens die een uitholling van de rechten van burgers in het strafproces betekenen.

TOEZICHT OP DE ADVOCATUUR

Met betrekking tot het wetsvoorstel positie en toezicht advocatuur meldt de begroting V&J op pagina 14 ‘Dit wetsvoorstel heeft onder andere als doel de onafhankelijkheid van het toezicht ten opzichte van zowel de centrale overheid als de beroepsgroep te waarborgen’.
In deze woorden kan de Orde zich geheel vinden, ware het niet dat dit wetsvoorstel, door de tweede en derde nota van wijziging van juni 2013, hier niet meer aan voldoet. Daarom verzoekt de Orde of u de aandacht kan vestigen op deze tegenstelling en kunt vragen wat de volgende stap van de staatssecretaris zal zijn om het wetsvoorstel met de tweede en derde nota van wijziging, zoals dat in juni 2013 bij uw Kamer is ingediend, in lijn te brengen met de tekst van de begroting.

Ook de Orde is voor goed, effectief en onafhankelijk toezicht, georganiseerd op een wijze die recht doet aan de positie van de advocatuur binnen onze rechtsstaat. Door de tweede en derde nota van wijziging wordt hier niet meer in voorzien en wordt de advocatuur onder verregaande overheidsinvloed geplaatst. Bij het recht op een eerlijk proces hoort ook dat de burger er zeker van moet zijn dat hetgeen hij met zijn advocaat deelt ook vertrouwelijk blijft. Het wetsvoorstel positie en toezicht advocatuur voorziet nu in een uitgebreide doorbreking van de geheimhoudingsplicht en het verschoningsrecht van de advocaat. Daarnaast introduceert dit wetsvoorstel ook een stapeling van toezicht op toezicht op toezicht die niet effectief is en extra kosten met zich mee brengt.

Namens de Orde van Advocaten verzoek ik u dan ook nogmaals om tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen aandacht te vragen voor bovenstaande zaken.
Hoogachtend,
W.F. Hendriksen
Algemeen deken

 

1 Begroting Veiligheid en Justitie, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VI, nr. 2, pagina 7.
2 Begroting Veiligheid en Justitie, Tweede Kamer, vergaderjaar 2013–2014, 33 750 VI, nr. 2, pagina 19,’ Tabel Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties bij nummer 6. Maatregelen rechtsbijstand’.
3 https://abonneren.rijksoverheid.nl/article/veiligheid-en-justitie-bulletin/prinsjesdageditie-veiligheid-en-justitie-bulletin/belangrijke-stappen-op-weg-naar-nieuw-stelsel-rechtsbijstand-/1952/20684?mode=html_mail
4 Besluit aanpassingen eigen bijdrage rechtzoekenden en vergoeding rechtsbijstandverleners, Stb 2013 345
5 Kamerstuk 31 753, volgnummer 64
6 http://njblog.nl/2013/08/13/6676/
7 Kamerstuk 31753, volgnummer 59
8 AD 6 september 2013 ‘Record aan claims na onterecht in cel’.

Tags: ,

Social

FacebookTwitterLinkedin
actie