32 en inmiddels bijna vier jaar een eigen bedrijf. Niet veel vrouwen van mijn leeftijd kunnen dit zeggen. Stiekem ben ik soms best trots op mezelf. Maar voor hoe lang nog? Als de bezuinigingsplannen van de commissie Wolfsen worden doorgevoerd dan wordt alles waar ik me vier jaar lang letterlijk voor in het zweet heb gewerkt, waarschijnlijk binnen een jaar om zeep geholpen. Daar zit ik dan, inmiddels 33, met een pensioengat zo groot dat geen enkele goedgevulde sok onder het matras dit zou kunnen vullen, met een nog openstaande lening bij de bank en een spaarrekening waarmee ik het hooguit twee maanden uit kan zingen. Geen WW. Wel een hypotheek. Nog voordat ik koffie sta te schenken bij een of ander tentje om de hoek, heeft de bank me al kaalgeplukt. Dan maar hopen dat de zomer niet net voorbij is..

Kort gezegd houden de plannen in dat ik niet meer dan 90.000 euro bruto omzet mag draaien op basis van gesubsidieerde rechtsbijstand, dat ik me maar op een beperkt aantal rechtsgebieden mag inschrijven, dat ik wel moet blijven voldoen aan allerlei kwaliteitsnormen van die gekozen rechtsgebieden en dat ik vooral pas in beeld kom nadat allerlei andere juristen ‘tegen een redelijke vergoeding’ al naar de zaak hebben gekeken. Pas als deze redelijk betaalde juristen hebben geoordeeld dat er toch ook nog geld aan mij, de dure advocaat, moet worden uitgegeven, mag ik – bij Gods gratie – mensen helpen.

Mensen helpen; mijn oorspronkelijke drijfveer om mijn functie (in loondienst) bij de rechtbank Amsterdam te verruilen voor een positie IN het werkveld, waar ik het verschil zou kunnen maken. Ik wilde met name opkomen voor de meest kwetsbare personen van onze samenleving: de kinderen. Bevlogen ging ik van start, te idealistisch misschien. Maar geconfronteerd met doffe ellende, wil je toch hulp bieden. Je blijft immers een mens van vlees en bloed, ook ónder die toga. Van een warm bad bij de Rechtspraak gevuld met arbeidsvoorwaarden, vakantiedagen, pensioenopbouw, opleiding en een (kennelijk ) ‘redelijk salaris’, kwam ik op de koude kermis van de advocatuur terecht ten tijde van de eerste bezuinigingen. De vergoeding per punt werd verlaagd en de eigen bijdrage in het familierecht werd verhoogd; het rechtsgebied waar ik me zojuist voor had ingeschreven. Ik had ten behoeve van die inschrijving ook nét 2300 euro geïnvesteerd in de door de Raad voor Rechtsbijstand verplicht gestelde basiscursus om überhaupt mensen op dit gebied bij te mogen staan. Zul je altijd zien dat de overheid juist dan probeert deze potentiële cliënten zo ver mogelijk bij je vandaan te houden.

Afijn, het gaf niet. Ik probeerde het beste van de 105,61 euro per punt te maken. Het werd een soort van rekenspel om van die vergoeding de kantoorhuur, de personele ondersteuning, de kantoorkosten (zoals papier, enveloppen, postzegels, internet, telefoonkosten, schoonmaak), de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de cursussen, investeringen, onderhoud, et cetera, te betalen. Niet te vergeten om jezelf dan ook nog aan het einde van de maand wat uit te keren zodat in elk geval de hypotheek kan worden betaald. De rest zocht ik later wel uit en eten kon altijd bij vrienden. Toewerken naar een procentuele verhouding van 75% cliënten op toevoeging en 25% betalend, zoals commissie Wolfsen adviseert, stond ook met koeienletters in mijn businessplan geschreven. Maar na mijn oor te luisteren te hebben gelegd bij diverse, oudere, collegae begon het mij te dagen dat dit een utopie is. De op een hand te tellen betalende zaken die ik had, hielden mijn praktijk overeind. Als zij betaalden. Nu nog, is eerder sprake van een 95/5 verhouding dan 75/25. En ik ben daarin geen uitzondering.

De beroepsopleiding ad 6000 euro (toen nog!) moest worden voldaan en ook kwam de onwelkome verrassing dat je als advocaat niet alleen het ondernemersrisico draagt voor het innen van de eigen bijdrage bij de cliënt, maar dat je ook het griffierecht moet voorschieten. De commissie Wolfsen merkt over het innen van die eigen bijdrage op dat menig advocaat dit nalaat, nu het niet innen ervan een vorm is van acquisitie. Welnu, dit kun je als familierechtadvocaat maar beter uit je hoofd laten. Het slaat een gapend gat in je begroting als je bij elke cliënt de eigen bijdrage zou kwijtschelden. In sommige zaken is de eigen bijdrage zo hoog dat het bijna de gehele vergoeding voor de zaak inhoudt.

Over het familierecht gesproken, ook daarvoor heeft commissie Wolfsen vergaande plannen geformuleerd. Zo moet de eigen woning mee gaan tellen bij de inkomenstoets van de cliënt, als vermogen. Ik weet niet hoe u uw brood bij de bakker betaalt, maar ik denk dat die vreemd staat te kijken als u een baksteen op de toonbank legt. Als advocaat is het al lastig genoeg om bij echtscheidingen de (emoties van de) cliënt  te ‘managen’. Specifieke vaardigheden zijn vereist.  Welk effect denk u dat het heeft als de rekeningen van die advocaat zich opstapelen omdat het geld vast zit in een woning? En diezelfde woning ook nog eens onderwerp van discussie is binnen de echtscheiding? Ik denk niet dat partijen en advocaten er lekker mindful bij zullen zitten.

Bovendien, krijgen advocaten dan niet plotseling een belang bij spoedige verkoop van die woning? De advocaat ziet immers de rekeningen graag betaald om de eigen rekeningen te kunnen voldoen. En hoe zit het dan met de kinderen?  Ieder jaar verschijnen verontrustende rapportages over het kind in scheiding. Willen we het voor hen nog schrijnender maken door hun vertrouwde nest in alle haast te verkopen? Om de rekeningen van de advocaat te kunnen voldoen?

De commissie Wolfsen zegt geen verklaring te hebben voor het aantal gestegen toevoegingen binnen het familierecht. Anders dan voorheen individualiseert de maatschappij: scheiden is geen schande meer. Het is voor eenieder beter als jij gelukkig bent. Daarbij kwam de opkomst van het gezamenlijk gezag en het verplicht gestelde ouderschapsplan. Oftewel in het heetst van de strijd beslissen over welke zaken je samen beslissingen moet nemen en dat vervolgens doen. Ja, ik heb ook werkelijk geen idee waarom het aantal familierechtelijke procedures is gestegen.

De commissie Wolfsen heeft wel gezien dat de advocaat bij ex-samenlevers meerdere toevoegingen moet aanvragen over de verschillende onderwerpen, terwijl die onderwerpen bij een echtscheiding allemaal onder een toevoeging vallen. Ik denk dat de commissie Wolfsen code P012 heeft gemist; beëindiging samenleving met nevenvorderingen. Ook lijkt het me niet in het belang van de cliënt als je als advocaat allerlei verschillende verzoekschriften in gaat dienen, omdat de cliënt per verzoekschrift griffierecht moet betalen. Dat de advocaat dan weer moet voorschieten, weet u nog? Artikel 1:253a BW (geschillenregeling voor gezaghebbende ouders) is derhalve een uitkomst; op grond daarvan kun je meerdere verzoeken in een verzoekschrift kwijt. De rechter kan zelfs ingevolge het derde lid van dit artikel de beslissing aanhouden en voormalig samenlevers op die manier dwingen een ouderschapsplan op te maken. Wanneer de verschillende toevoegingen dan worden gedeclareerd, krijg je als advocaat niet 7 punten voor de omgang en 7 punten voor de kinderalimentatie. Nee, de zaken worden als samenhangend beschouwd, waardoor het aantal punten en dus de vergoeding stevig daalt.

Om over de vergoedingen in het strafrecht nog maar te zwijgen. De Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten, gesteund door de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten en de Nederlandse Orde van Advocaten, heeft de bezwaren al voldoende toegelicht. Ik schrik van het plan van de commissie Wolfsen om advocaten niet meer in te zetten tijdens de consultatiefase van verdachten. Heeft de commissie geen kennis genomen van de schattingen inhoudende dat 30-50% van de populatie in detentie licht verstandelijk beperkt en derhalve zeer kwetsbaar is? Zeker minderjarigen! Hoe kun je als advocaat nog dominus litis zijn als de kaarten bij het eerste verhoor al zijn geschud? In hoeverre zijn dit soort plannen conform de Europese regelgeving en jurisprudentie?

Is de commissie Wolfsen overigens ervan op de hoogte dat een groot deel van rechtsbijstand al “gratis” wordt verleend, omdat hiervoor geen toevoeging wordt verstrekt? Als alleen even gekeken wordt naar het jeugdrecht valt op dat voor een DNA-bezwaar geen (ambtshalve) toevoeging wordt verleend. Voor een OM-zitting waarbij een werkstraf onder de 20 uur wordt aangeboden wordt geen toevoeging wordt verleend. En voor de inmiddels veelbesproken bijstand tijdens het verhoor: 1,5 punt. Ongeacht hoe lang die verhoren duren, ongeacht hoe vaak je ervoor terug naar het bureau moet. Tel hierbij nog de kosten op die de advocaat maakt tijdens de twee jaar durende PIJ om de minderjarige cliënt te bezoeken. De advocaat kan pas weer bij een volgende zitting (twee jaar later) een nieuwe toevoeging aanvragen. Dus je cliënt bezoeken doe je maar in je eigen tijd, op je eigen kosten, eigen keus. Vertelt u mij, wat is het alternatief? Het kind gewoon twee jaar lang opgesloten laten zitten en tegen die tijd maar weer eens kijken hoe het met hem of haar gaat?

Is de commissie Wolfsen bekend met het feit dat een advocaat tijdens een piketdienst nauwelijks andere afspraken kan maken, nu je bereikbaar en beschikbaar moet zijn, doch dat in het jeugdstrafrecht vaak geen piketmelding wordt ontvangen en dat die gereserveerde tijd (voor sommigen hele dagen, meermalen per maand!) dus niets oplevert? Een reden om te overwegen te stoppen met het jeugdpiket. Ik hoor het af en toe al in de wandelgangen. Een zorgelijk signaal, want als we deze gespecialiseerde jeugdrechtadvocaten verliezen dan kan de rechtsbescherming van kinderen niet langer worden gewaarborgd. Terwijl een aantal jaren geleden is ingevoerd dat jeugdrechtadvocaten de materie van zowel het civiele jeugdrecht als het jeugdstrafrecht moeten beheersen. Die investering in kwaliteit, gepaard met de nodige kosten die vele jeugdrechtadvocaten hebben gemaakt, is dan voor niets geweest.

Jeugdstrafrecht, jeugd civiel recht, familierecht, slachtoffers in het strafrecht en arbeidsrecht. Dat zijn de rechtsgebieden waar ik mij hoofdzakelijk mee bezighoud. Grotendeels op toevoeging dus. Waar ik jaarlijks cursussen voor volg om mijn kennisniveau op peil te houden. Ambitieus? Misschien. Maar het gros van mijn cliënten komt met meer rechtsgebieden in aanraking. Moet ik hen dan naar een andere advocaat sturen? Die hetzelfde werk zal verrichten? Wat is daar de meerwaarde van? Mediator, bijzonder curator, erfrecht, letselschaderecht; dit staat allemaal nog in mijn meerjarige opleidingsplan. Ik wil mezelf namelijk blijven ontwikkelen en meer kennis op blijven doen. Wie is toch die man die nu al zegt dat ik de kwaliteit van mijn werk niet kan waarborgen als ik zoveel rechtsgebieden doe? Wie heeft er enig zicht op mijn inzet, mijn gewerkte uren en de kwaliteit van mijn werk? Een commissie, na ongeveer zes maanden onderzoek op macroniveau?

Ik ga afronden. Ten aanzien van die 90.000 bruto omzet heb ik, anders dan velen van mijn collegae voor wie ik alle begrip heb, als startend ondernemer nog niet zoveel bezwaar. Ik hoop ieder jaar weer dat dit bedrag eindelijk in volle glorie op mijn jaarrekening staat. Dan kan ik weer eens werken aan het dichten van dat pensioengat. Maar tot nu toe is het ijdele hoop gebleken en ik evenaar bij lange na niet het jaarsalaris dat ik bij de rechtbank verdiende, als griffier. Mijn buurman en goede vriend grapt altijd na een mediagevoelige zaak: ‘zo, wanneer staat die Porsche nou voor de deur? Of was het weer zo’n toe-voe-ging?’ Dan moet ik lachen. ‘Joh, die fiets rijdt nog prima hoor. Bovendien heb ik weer een hoop karma punten verdiend.’ Want uiteindelijk draait het in de sociale advocatuur niet om bakken met geld verdienen. Als je dat belangrijk vindt dan kies je niet voor de sociale advocatuur. Voor de meeste werkzaamheden die je doet, krijg je niet betaald. Dat weet je. Daar ben je zo van doordrongen zelfs, dat een telefoontje naar de rechtbank, het OM of de gezinsmanager, niet eens meer wordt opgeschreven. Bij een totaal aantal van 25 gewerkte uren binnen een toevoeging zonder enige kans op het verkrijgen van meer uren, maakt een telefoontje of een briefje toch niet meer uit.

Maar de gedachte van de commissie Wolfsen om het stelsel van rechtsbijstand te redden door deze groep advocaten nog verder het vel over de oren te halen, is onnavolgbaar. Wat zou het mooi zijn als in het kader van duurzaamheid een stelsel wordt bedacht waarbij iedereen een steentje bij moet dragen. Als de lasten niet bij een specifieke, zwakke, groep worden neergelegd, maar worden verspreid. Als de commissie de vast ‘redelijk’ gevulde sokken nu inlevert, tezamen met de plannen. Wat een helden zouden het dan zijn.

Eva Huls, advocate